Banksparen voor de aflossing van de hypotheek is een alternatief naast de reeds bestaande traditionele aflossingsvormen. Op zich is het niet bijzonder, dat u kunt sparen via een reguliere bankrekening voor de aflossing van uw hypotheek schuld. Echter vanaf 01-01-2008 is het mogelijk om dit fiscaal vriendelijk te doen en het kapitaal te koppelen aan uw hypotheek.
Wat is banksparen? De Wet Banksparen maakt het mogelijk om bij een bank of een beleggingsinstelling fiscaal gunstig vermogen op te bouwen voor het aflossen van uw hypotheek of voor het opbouwen van pensioen. Het gedeelte van de Wet Banksparen dat van toepassing is bij het aflossen van de hypotheek, heet het Spaarrekening Eigen Woning regime (SEW). Op het moment dat gekozen wordt voor banksparen wordt de hypotheek vaak een bankspaarhypotheek genoemt.
Wat is een bankspaarhypotheek? Een hypotheekvorm kan bestaan uit een combinatie van een hypotheeklening, aflossing/vermogensopbouw en een overlijdensrisicoverzekering. Een bankspaarhypotheek is een combinatie van een hypotheeklening en een geblokkeerde spaarrekening (SEW) of beleggingsrekening (BEW).
De bankspaarhypotheek bevat standaard geen aanvullende overlijdensrisicoverzekering. Op het moment dat aanvullende overlijdensrisicodekking gewenst is, dient dit los geregeld te worden.
Spaarrekening Eigen Woning (SEW)De Spaarrekening Eigen Woning (SEW) is een geblokkeerde spaarrekening waarop regelmatig geld gestort wordt dat uiteindelijk aangewend dient te worden ter aflossing van een hypotheekschuld. De rente die de rekeninghouder ontvangt op de spaarrekening, zal normaal gesproken gelijk zijn aan de hypotheekrente die over de (bankspaar)hypotheek betaald dient te worden. De SEW kent hierdoor een gegarandeerd eindkapitaal.
Vanwege dit gegarandeerde eindkapitaal heeft een eventuele stijging van de hypotheekrenten altijd direct een daling van de inleg tot gevolg. De SEW lijkt qua opzet sterk op de spaarhypotheek. Er zijn echter ook belangrijke verschillen.
Beleggingsrekening Eigen Woning (BEW) De BEW is een geblokkeerde beleggingsrekening waarop regelmatig geld gestort wordt dat gebruikt dient te worden voor de aflossing van de hypotheek. Het ingelegde vermogen wordt belegd. Meestal wordt er belegd in beleggingsfondsen. Hierbij kan er vaak gekozen worden tussen een aantal verschillende risicoprofielen: van risicoloos tot risicovol. Kenmerk van beleggen is dat het rendement nooit 100% zeker is. Het is bij een BEW daarom altijd de vraag of het kapitaal op einddatum voldoen zal blijken te zijn om de hypotheeklening af te lossen.
Regels en voorwaarden van de SEW en BEW
Het opgebouwde vermogen bij banksparen hoeft gedurende de looptijd niet in Box III opgenomen te worden. Hiermee ontstaat een belastingvoordeel. De uiteindelijke uitkering is belastingvrij en kan gebruikt worden voor de aflossing van de hypotheek. Echter, om deze belastingvoordelen te krijgen, moet er aan een aantal voorwaarden en regels voldaan worden.
Regels en voorwaarden voor het opzetten van een SEW/BEW - u moet de SEW/BEW onderbrengen bij een bank of beleggingsinstelling die in de zin van de Wet op het financieel toezicht (Wft) mag optreden als aanbieder
- er moet sprake zijn van een eigen woning
- deze eigen woning moet eigendom van de rekeninghouder zijn
- de rekeninghouder moet een eigen woning schuld hebben
- de rekening dient geblokkeerd te zijn. De blokkade dient in de rekeningovereenkomst vermeld te staan
- de rekening mag alleen geblokkeerd worden ter aflossing van de eigen woning schuld
- de rekening mag dus maar 1 keer gedeblokkeerd worden. De rendementen die tussentijds behaald worden dienen op de rekening bijgeschreven te worden
Regels en voorwaarden in verband met de vrijstelling bij uitkeren - u moet de geblokkeerde rekening bij leven gedurende minimaal 15 jaar in stand houden
- bij een looptijd tussen de 15 en 20 jaar geldt een (gemaximeerde) belastingvrije uitkering en bij een inlegperiode van 20 jaar of meer, geldt een hogere vrijstelling (De vrijstellingen gelden per persoon!)
- bij overlijden wordt de rekening gedeblokkeerd. De vrijstelling is in dit geval ook van toepassing, ook al is er nog niet voldaan aan de bovenvermelde looptijd
- de inleg op de rekening moet voldoen aan de bandbreedte eis (10:1)
- de hoogste inleg mag nooit meer bedragen hebben dan het tienvoud van de laagste inleg. Het is niet mogelijk om tijdelijk te stoppen met inleggen
- de vrijstelling kan nooit hoger zijn dan de met het opgebouwde vermogen af te lossen hypotheekbedrag
Op het moment dat niet aan alle regels wordt voldaan, verhuist de spaarrekening of beleggingsrekening automatisch van box I naar box III met alle nadelige fiscale gevolgen van dien.
De bankspaarhypotheek is geïntroduceerd om een bancaire concurrent te creëeren voor de Kapitaalverzekering Eigen Woning (KEW). Het basisprincipe is ook voor beide varianten gelijk: fiscaal voordelig vermogen opbouwen voor de aflossing van een hypotheek. Er bestaat echter ook een aantal essentiële verschillen tussen de KEW aan de ene kant en de bankspaarhypotheek (SEW en BEW) aan de andere kant. Op deze pagina zetten we de belangrijkste verschillen op een rij:
Overlijden
Bij een KEW is de overlijdensrisicodekking geïntegreerd in het product. Bij overlijden tijdens de looptijd van de verzekering wordt het verzekerde bedrag uitgekeerd. De uitkering moet normaal gesproken verplicht gebruikt worden ter aflossing van de hypotheek.
Bij een bankspaarhypotheek ontbreekt een dergelijke overlijdenrisicodekking en zal bij overlijden alleen de opgebouwde waarde op de geblokkeerde rekening uitgekeerd worden (bij 2 rekeninghouders de helft van de uitgekeerde waarde). Daarom zal bij de bankspaarhypotheek vaak een losse overlijdensrisicoverzekering worden geadviseerd! Mocht de rekeninghouder dan komen te overlijden, dan worden 2 bedragen uitgekeerd: de overlijdensrisicodekking en het tegoed op de rekening. Hierbij geldt normaal gesproken dat het bedrag dat op de geblokkeerde rekening stond verplicht aangewend moet worden voor de aflossing van de hypotheek. De uitkering van de overlijdenrisicoverzekering kan vrij besteed worden.
Onder- of oververzekering
Bij een combinatie van een bankspaarhypotheek en een losse overlijdensrisicoverzekering is de kans op oververzekering of onderverzekering groot. Het is tenslotte vooraf lastig of niet in te schatten wat de opgebouwde waarde op de spaarrekening of de beleggingsrekening op een bepaald moment zal zijn.
Begunstiging bij overlijden
Bij het afsluiten van een KEW kan de verzekeringnemer zelf de begunstiging bepalen. De begunstigde wordt op de polis aangegeven. Bij de bankspaarhypotheek is er geen sprake van een begunstigde. Op het moment dat de rekeninghouder komt te overlijden, valt de waarde van de beleggingsrekening standaard in de nalatenschap. Bij samenwonende partners is de langstlevende partner niet per definitie de (enige) erfgenaam. Op het moment dat hier geen rekening mee wordt gehouden, kunnen bij overlijden grote problemen ontstaan.
Successierechten
Samenwonenden en niet in gemeenschap van goederen gehuwde echtparen hebben bij een KEW de mogelijkheid om door zogenaamde ‘premiesplitsing’ successierechten te omzeilen. Als de overlijdensrisicopremie voor de KEW van de een wordt betaald door de ander, is geen successierecht verschuldigd. Bij de bank opgebouwd tegoed valt gewoon in de nalatenschap en daarmee onder de heffing van successierecht. Hierbij gelden er voor familieleden en langstlevende partners vaak wel ruime vrijstellingen.
Eigendom van de woning en eigenwoningschuld
Bij de bankspaarhypotheek moet de rekeninghouder zelf een eigen woning hebben. Bij de KEW hoeft de verzekeringnemer zelf geen woning te hebben. Bij de KEW wordt ook aan de regels voldaan als de echtgenoot of degene met wie de verzekeringnemer duurzaam samenwoond een eigen woning heeft. Daarnaast moet de rekeninghouder bij een bankspaarhypotheek gedurende de gehele looptijd een eigenwoningschuld hebben. Bij een KEW geldt dat er een eigenwoningschuld moet zijn zodra de verzekering uit gaat keren. Dit houdt in dat er tussendoor ook momenten kunnen zijn dat er geen eigenwoningschuld is.